Vanochtend verlieten we de haven van Middelfart omstreeks half negen. Het was zwaar bewolkt, maar weinig wind uit het westen 2-3 bft.
Op de motor voeren we onder de grote brug van de Kleine Belt door richting Bogense op een afstand van 13,5 Nm gelegen van Middelfart. Na de vuurtoren bij de landtong van Strib te hebben gerond, zeilden we met grootzeil en uitgeboomde fok verder. Onderweg zagen we een bruinvis, die achter onze boot voorbij zwom. Ook kruisten we twee Deense vissersboten, waarvan één net zijn netten ophaalden. Tegen half één kwamen we in de vrij grote jachthaven van Bogense aan. Bij het binnenvaren kwam net een regenbui over ons heen. Na langs een Deens jacht afgemeerd te hebben, maakten we om één uur een wandeling naar het stadje Bogense. We kwamen langs de oude haven waar zowel passanten als vissersboten lagen. Bij het begin van de oude haven stond het gebouw van de Toeristeninformatie. Binnen werden we aangesproken door een medewerkster, die ook Nederlands sprak. Ze had een Hollandse vader en een Deense moeder en woonde nu in Bogense. We kregen van haar een Stadswandelingsgids van Bogense mee, notabene in het Nederlands, waar we dan ook direct aan begonnen. Diverse oude woonhuisjes, koopmanshuizen, kroegjes en winkeltjes waren te bewonderen. We bezochten de St. Nicolai Kerk, gebouwd in 1406. De toren heeft eiken dakpannen. Elke keer als de toren gerenoveerd wordt, gaat de koepel er af. Binnenin de koepel plaatsten de bewoners een fles met informatie over de sociale en economische situatie in Bogense en Denemarken. De oude flessen worden nog steeds bewaard. Sommigen zijn beschadigd in de WO2, toen de Duitsers de toren als schietschijf gebruikten. Het marktplein was ook bijzonder. Oude huisjes en grote limoenbomen markeren het plein. Er staat een waterpomp, die een kopie is van de oorspronkelijke oude pomp. Aan het plein staat één van de kleinste huisjes van Denemarken met een oppervlak van 23m2, waar ooit een vader en moeder met hun 5 kinderen woonden. We kwamen langs het gemeentehuis, gebouwd in 1919-1921 en het oude koopliedenhuis uit de 18de eeuw. Het oudste huis in Bogense is het Erik Menveds Kro café en tevens het oudste café in Funen. Het café is vernoemd naar Koning Erik Menved, die het dorp in 1288 zijn gemeentehuis gaf. De mensen noemde het gebouw "oog". Het verhaal gaat dat de oude eigenaar, een horlogemaker, de laagste ramen wit maakte met een klein kijkgaatje. Door dit "oog" keek hij naar mensen in het dorp. Vlakbij dit café stroomt langs een voormalig koopmanshuis van Sophus Jensen een beekje, waarvan men in de middeleeuwen dacht dat het water helende krachten had. Het stadsbeekje werd in geval van brand gebruikt als waterreservoir en was ook de waterbron van de stad. Via de brouwerij Bruggergården en het oude niet meer in gebruik zijnde Spoorwegstation kwamen we bij een heuse Manneken Pis, een kopie van het beeldje in Brussel met een eigen speciaal verhaal: Men vond ooit in een veerboot een achtergelaten weeskindje, dat door een lokale slager werd geadopteerd en in Bogense opgroeide. Het kindje werd een succesvol zakenman en consul. In 1934 gaf hij dit beeldje als teken van dank aan de burgers van Bogense. Na al deze mooie indrukken kwamen we weer terug op onze boot. Het weer was slechter geworden, meer regen en wind. Naast ons kwam nog een klein Deens zeiljacht te liggen van een ouder echtpaar, dat moeite had om af te meren. Met onze hulp lukte dat uiteindelijk. Tegelijkertijd kwam er een groot huurzeiljacht binnen met vijf Duitse opvarenden, die bij het aanleggen er helemaal een potje van maakten en hun gehuurde zeilboot kennelijk als een soort auto zijwaarts met allelerlei lijnen en getrek in de buitenste box probeerden te parkeren. Morgen zou er veel meer wind en ook regen komen. We weten nog niet wat we gaan doen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten